menu

Waardige herdenking Frits Plasman

Op mooie, respectvolle en waardige wijze is op 19 november herdacht dat Frits Plasman, inspirerend lid en mede-oprichter van Rotary Club Geertruidenberg (RCG) en ook lang bestuurslid van de Lambertuskerk een jaar geleden is overleden. Foto 2 Herdenking Frits Plasman.jpg De herdenking had plaats in 'zijn' kerk, in het bijzijn van zijn dochters, andere familieleden en leden van de Rotary Club Geertruidenberg. Zie ook de woorden bij zijn afscheid).  

Jom ha sjana: afsluiting van het Treurjaar om Frits Plasman

De bijeenkomst werd geopend met het uitspreken van een gedachtenis door voorzitter Jan van Gils van de Stichting Lambertuskerk. Daarna droeg Rotary-voorzitter Wim de Jong namens de RCG gegraveerde muursteentjes over (zie foto). Ze zijn bestemd om te worden aangebracht in de toren van de Lambertuskerk. De bijeenkomst werd afgesloten met een indrukwekkende bijdrage van dr. Leo Ligthart. De enigszins ingekorte tekst staat hieronder (de integrale tekst is afgedrukt op onze Facebook-pagina).

Dag van het jaar

Bij het afscheid van Frits sprak ik over: ‘Opkuieren’ en ‘Gedenken’.
Het eerste thema aan de hand van het verhaal van de Emmaüsgangers.
Het tweede aan de hand van het Joodse begrafenisritueel; het nalaten van en steen bij het graf van de dode. Ik begin daar nu weer mee omdat beide thema’s van belang zijn in het bestaan van een Rotaryclub en voeg het thema ‘autobiografisch verhaal’ toe.

- Opkuieren
Frits ‘kuierde mee op’ en was zo ons nabij en betrokken. Lid zijn van een vereniging is immers een beetje als kind groot worden in een gezin. Het betreft vooral een gegeven, niet ten volle een gekozen, relatie. Die relatie moet al oplopend met elkaar ingevuld worden: in modern jargon ‘groeien aan elkaar’. De essentie van de Emmaüsgangers is de weg met elkaar delen en daardoor perspectief bieden. Dat is nadrukkelijk van toepassing op de zuilen van Rotary zoals International en New Generations, maar vooral ook op ‘Club Service’ en in het bijzonder op ‘Fellowship’.

- Gedenken
Ook memoreerde ik dat op elke Joodse begraafplaats we de tekst aantreffen: ‘Mogen hun zielen opgenomen worden in de bundel van het leven’. Zolang wij de doden herdenken, blijven die onder ons; leven die voort. Ze hebben het eeuwige leven zolang we hen herdenken. Het is God die de bundel van het leven in zijn bezit heeft, maar het is vooral de mens die voor een ander mens wenst dat hij in die bundel wordt opgenomen.

De Joodse omgang met de doden voorziet ons in dit verband nog van een ander ritueel ijkpunt: het gedenken van een dode een jaar na het overlijden, ‘Jom ha sjana’ of ‘de dag van het jaar’; de dag dat nadrukkelijk stilgestaan wordt bij het feit dat een familielid een jaar geleden overleed en daarmee de afsluiting van het ‘Treurjaar’ vormt. De overdracht van gegraveerde muursteentjes voor de toren van de Lambertuskerk biedt daartoe een unieke gelegenheid.

Bij de crematie lieten we stenen achter. Stenen vergaan immers niet. Ze verwelken niet als bloemen. Ze hebben eeuwigheidswaarde. De onvergankelijke steen, die weer en wind kan doorstaan, staat voor de noodzaak van blijvende betrokkenheid; een tastbare herinnering aan en verbondenheid met degenen die ons verlieten.

Op ‘de dag van het jaar’ laten we opnieuw stenen achter: Nu in de kerk die Frits zo nauw aan het hart stond en die tevens het begin van onze Rotaryclub als ‘founding project’ markeert; Wim memoreerde dat zojuist. En zo heeft alles toch weer een beetje met elkaar te maken, ziet u wel.

- Autobiografisch verhaal
Ik vertelde u vorig jaar dat ik nooit een helder beeld heb kunnen krijgen wat Frits in dit plaatsen van steentjes bij de klokkenstoel, hier boven in de toren, nu ten diepste trok. Wel verkneukelde hij zich bij de gedachte dat mogelijk eeuwen later mensen zich zouden afvragen wat de betekenis nu toch wel niet was van al die symbolen uit de Joods-Christelijke nalatenschap. Het waren ‘tekenen aan de wand’ voor hem (...).

Frits had niets met kerkelijk vertoon, dat hij soms als ‘hokjesdenken’ bestempelde. Ik vroeg hem eens - hij komend uit een gemengd huwelijk - wat hij zich nu meer voelde, protestant of katholiek. ‘Protestant’, zei hij en slikte dat vervolgens weer snel -bijna geschrokken van zichzelf - in (...).

Gedenken is ook oog hebben voor het autobiografisch verhaal van de ander.
En dat gegeven benadrukken we als enige serviceclub ter wereld in Rotary. Iedereen vertelt in besloten kring immers zijn levensbericht. Het is koesteren wat voor iemand belangrijk was. Oog hebben voor dat levensverhaal houdt ook de herinnering levend wanneer iemand ons ontvalt.

Daarbij sluit het navolgende gedicht naadloos aan:

Do not stand at my grave and weep,
I am not there, I do not sleep,
I am the thousand winds that blow,
I am the diamond glint on snow,
I am the sun on ripened grain,
I am the gentle autum rain.

When you awaken in the morning hush
I am the swift uplifting rush,
of quiet birds in circled flight.
I am the soft stars that shine at night.
Do not stand at my grave and cry,
I am not there; I did not die…

(Mary Elisabeth Frye)

Het gedicht zegt in een notendop:
Ik ben daar waar je getroffen wordt door schoonheid,
Of overvallen door iets wat ik koesterde,
of belangrijk voor me was.

En dat waren die steentjes voor Frits ook daarboven in de toren bij de klokkenstoel.